Kleuren en pigmenten

De drie basiskleuren waaruit de kunstschilder nagenoeg alle kleuren kan mengen zijn: rood magenta, citroengeel en blauw cyaan. Deze primaire kleuren zitten ook in je printer. Naast de primaire kleuren worden wit en zwart gebruikt. In principe heeft de kunstschilder dus maar vijf tubes of vijf potten verf nodig.

Primaire kleuren:

cmyk

Door de primaire kleuren te mengen (bijvoorbeeld citroengeel met cyaan wordt groen) ontstaan secondaire kleuren. Als we secondaire kleuren mengen met primaire kleuren ontstaan tertiaire kleuren en ga zo maar door.

kleurencirkel

Met zwart en wit kunnen talloze grijzen worden gemengd. Door deze vervolgens toe te voegen aan bovengenoemde kleurmengsels ontstaan weer geheel nieuwe kleuren.

Een andere manier van kleurmenging is glaceren. Glaceren is het aanbrengen van transparante verflagen. Door de drie primaire kleuren transparant over elkaar te schilderen ontstaat een donkerbruine kleur. Alle mengingen zijn bij glaceren mogelijk mits de verfkleuren transparante pigmenten bevatten of, wanneer het pigment dekkend is, er aan de verf verdunner is toegevoegd.

De stoffen die kleur in de verf geven zijn pigmenten of kleurstoffen. Het verschil tussen deze twee stoffen is de lichtechtheid en de oplosbaarheid.

Hier lees je meer over verf

Kleurstoffen komen voor in inkt, verf en krijt van matige tot slechte kwaliteit. Door onvoldoende lichtechtheid in kleurstoffen verschieten de kleuren snel. Je kunt tegenwoordig hele goedkope tubetjes verf kopen bij verschillende outlet-winkels. Om ontwerpen uit te proberen is deze verf wel geschikt, maar niet voor het uitreindelijke werk. Uitprobeersels met kleurstoffen kunnen in het donker worden bewaard. Zonder licht kan de kleur niet verschieten.

image

Kleurstoffen lossen op in water

Pigmenten kunnen ook verschieten, maar in mindere mate. De lichtechtheid is afhankelijk van het pigment. Fabrikanten zorgen ervoor dat de minder-lichtechte originele pigmenten worden vervangen door synthetische pigmenten. De lichtechtheid van verf e.d. wordt bepaald door de kwaliteit van de pigmenten. Dit betekent dat bij gebruik van de betere pigmenten de verf ook gelijk duurder is, maar zeer geschikt voor de kunstschilders. Maar zelfs bij het gebruik van de hoogste kwaliteit verf in een schilderij kunnen der kleuren verschieten. Hoe meer licht, hoe meer kleurverlies. Dat is dan ook de reden dat in musea vaak matig licht wordt gebruikt en flitsen verboden is.

Lees meer over lichtechtheid

Pigmenten zijn niet oplosbaar in water

Wanneer de kunstschilder verf aanschaft let hij naast de lichtechtheid van de verf, die meestal op de tube wordt aangegeven, ook op de dekkracht. Met een dekkend pigment in de verf wordt de onderlaag niet meer zichtbaar, met een transparant pigment blijft de onderlaag altijd zichtbaar. Ook zijn er pigmenten verkrijgbaar die halfdekkend zijn.

Pin on Pinterest0Tweet about this on TwitterShare on Facebook0Share on Google+0Share on LinkedIn0Email this to someone